Blaasontsteking kat

Blaasontsteking bij de kat

Er zijn verschillende oorzaken die een blaasontsteking bij de kat kunnen veroorzaken. Een van de oorzaken kan een bacterie zijn. Katten die een bacteriële blaasontsteking hebben, zijn vaak katten die al vaker gekatheteriseerd zijn, geopereerd aan hun urinewegen zijn, meer drinken en plassen door bijvoorbeeld schildklierproblemen, diabetes of nierfalen, katten die op bepaalde medicatie staan of katten die een virus hebben.

Een vaker voorkomende oorzaak is blaasgruis, blaasstenen of nierstenen. De meest voorkomende oorzaak is idiopatische cystitis. Dit wordt veroorzaakt door een afwijkende afgifte van stresshormonen, een afwijking aan het slijmlaagje in de blaas, een overprikkeling van de zenuwen van de blaas of door stress. Katten laten heel slecht zien wanneer zij stress hebben waardoor dit makkelijk over het hoofd wordt gezien.

Symptomen van een blaasontsteking

Het kan zijn dat uw kat een blaasontsteking heeft als de kat: veel kleine beetjes plast (door het huis druppelen), naast de kattenbak plast, er bloed bij de urine zit, de urine anders ruikt dan normaal of als de kat moeilijk plast of pijn heeft bij het plassen. Dit laatste is te herkennen aan katten die veel miauwen als ze op de kattenbak zitten of als ze met gekromde rug op de kattenbak zitten.

Let altijd goed op dat de kat wel kan plassen. Als uw kat steeds naar de kattenbak gaat maar er komt geen urine, dan kan het zijn dat uw kat verstopt zit. Dit is een spoedgeval. U dient zo snel mogelijk contact op te nemen met uw dierenarts. Een kat die verstopt zit en niet snel geholpen wordt, kan overlijden.

Diagnose

Er zijn dus verschillende oorzaken van een blaasontsteking. Om te kijken wat precies de oorzaak is en of er inderdaad sprake is van een blaasontsteking moet de kat onderzocht worden en wordt er een urine onderzoek gedaan. Tijdens het consult voelt de dierenarts de blaas en de nieren na.

Voor het urineonderzoek gebruiken we het liefst ochtendurine. Deze dient zo vers mogelijk te zijn en in de koelkast bewaard te worden. Met het urineonderzoek controleren we de urine op aantal factoren waaronder bloed, eiwitten, suiker en we kijken gelijk of er gruis aanwezig.

Soms is er een aanvullend onderzoek nodig. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een echo of een blaaspunctie zijn. Via een echo kan er naar de blaas gekeken worden of hier afwijkingen zijn en kan er gelijk geconstateerd worden of er sprake is van blaasstenen.

Via een punctie kunnen we een kweek van de urine maken. De urine kan dan vervolgens getest worden op eventuele bacteriën.

Behandeling

Afhankelijk van de oorzaak en wat we in de urine vinden kan de behandeling verschillen. Een gewone blaasontsteking kan verholpen worden door een ontstekingsremmer. De klachten zouden na de kuur over moeten zijn. Als de oorzaak blaasgruis is, moet de kat op speciale voeding komen te staan. Katten die eenmaal blaasgruis hebben gehad, zijn hier gevoelig voor en de klachten komen, als deze niet behandeld worden, vaak terug. Deze speciale voeding dient levenslang gegeven te worden en is alleen verkrijgbaar bij uw dierenarts.

Als de oorzaak stress is, dan moet er gekeken worden wat de reden is dat de kat gestrest is. Katten die niet buitenkomen hebben een grotere kans op stress en blaasproblemen. Katten die met andere katten samenleven zijn ook sneller gestrest. Soms is uit huis plaatsing nodig. Een kattengedragstherapeut kan eventueel oplossingen bieden. Daarnaast zijn er verdampers, sprays en voedingen die de stress kunnen verminderen.

Preventie

Om een blaasontsteking zoveel mogelijk te voorkomen is het dus belangrijk dat uw dier goed op gewicht is, goed drinkt en zo min mogelijk stress ervaart.

Zorg dat er voldoende drinkbakken in huis staan. Een kat moet altijd vers water tot zijn beschikking hebben. Sommige katten hebben voorkeur voor bepaalde drinkplekken of waaruit ze water drinken. (waterfontein, uit een vogelbadje, stromend water).

Zorg voor voldoende kattenbakken in huis. De ideale hoeveelheid is het aantal katten wat u in huis heeft plus 1 extra. Zorg dat er op elke verdieping één staat en dat deze goed schoon gehouden wordt. Het is belangrijk dat de kattenbak op een rustige plek staat.

Zorg dat uw kat voldoende plekjes heeft waar de kat zich kan terugtrekken. Dit is nodig als de kat stress ervaart van andere katten in de buurt, vreemde mensen over de vloer, verhuizing etc.

Herkent u één van de genoemde symptomen of wilt u meer informatie? Neem dan contact op met onze praktijk.

Giardia parasiet

Giardia, maag-darmparasiet

Giardia is een van de meest voorkomende maag- darmparasiet bij honden en katten. 10-20% van de diarree bij honden wordt veroorzaakt door een Giardia-infectie, maar ook bij katten komt het regelmatig voor. Giardia is een eencellige parasiet (protozo) die leeft in de dunne darm. Hij hecht zich aan het slijmvlies van de darm, waardoor de darmwand beschadigd raakt met diarree als gevolg.

Symptomen

Giardia wordt gekenmerkt door telkens terugkerende diarree, soms met slijm of bloed erbij. Ook zie je soms dat de dieren misselijk zijn en overgeven. Volwassen dieren vertonen minder vaak symptomen, maar ze scheiden wel periodiek cysten uit. Besmetting ontstaat door opname, via de mond, van de Giardia cysten. Deze cysten bevinden zich in uitwerpselen van dieren die met Giardia besmet zijn. Het komt ook voor in het water of in de grond waar besmetten ontlasting terecht is gekomen. 10 cysten zijn al voldoende voor het aanslaan van een infectie, terwijl een geïnfecteerde hond zo’n 100.000 cysten per 100gram ontlasting kan uitscheiden! Vaak vindt de besmetting plaats op plekken waar veel dieren komen, zoals in een dierenpension of op een hondenuitlaatveld.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld door het aantonen van de parasiet in ontlasting met een sneltest. Hiervoor moet ontlasting ingeleverd worden op de kliniek. Binnen een uur is de uitslag hiervan bekend.

Behandeling

De behandeling van Giardia bij honden en katten bestaat uit een kuur die 2 keer gegeven moet worden. Er wordt aangeraden het dier op dag 3 en 5 van de kuur te wassen met een shampoo voor dieren om de vacht van eventuele cysten te ontdoen en nogmaals wanneer u ontlastingsresten op de vacht aantreft.

De cysten in de ontlasting van een besmet dier zijn een direct besmettingsgevaar voor andere dieren maar ook voor mensen. Vooral kinderen of mensen met een verminderde weerstand zijn gevoelig voor een besmetting met Giardia. Goede hygiëne is daarom erg belangrijk voor uzelf en om herbesmetting te voorkomen. Het is belangrijk om goed de handen te wassen maar ook om de vloeren, wanden en andere materialen te reinigen met een goed ontsmettingsmiddel. Manden of kleedjes dienen gewassen te worden op tenminste 60 graden Celsius.

Heeft uw huisdier last van diarree? Neem dan contact op met onze kliniek. Wij adviseren u graag.

Artrose

Osteo-artrose

Osteo-artrose of artrose is een chronische aandoening van het gewricht, waarbij de kwaliteit van het kraakbeen achteruit gaat, gewrichtsontsteking en botwoekeringen ontstaan. Dit wordt ook wel ‘gewrichtsslijtage’ genoemd. Deze gewrichtsaandoening komt veel voor op oudere leeftijd door slijtage van het kraakbeen, maar ook jongere dieren kunnen het krijgen door bijvoorbeeld groeistoornissen, langdurige overbelasting of defecten in het gewricht. Veel voorkomende defecten in het gewricht met artrose tot gevolg zijn voorste kruisbandletsel, elleboogdysplasie en heupdysplasie.

Bij beginnende artrose wordt vooral stramheid bij het opstaan opgemerkt, wat vaak makkelijker wordt wanneer ze eenmaal in beweging zijn. In ernstigere gevallen kan kreupelheid of problemen met overeind komen optreden.

Artrose is een progressieve ziekte die steeds wat verergert door een vicieuze cirkel: door beschadiging van het kraakbeen komt een ontstekingsreactie op gang, deze ontsteking verergert op haar beurt weer de kraakbeenschade, waarop de ontsteking dus steeds een stapje erger wordt.

Diagnose

Het beeld van opstart-kreupelheid is typisch voor artrose klachten. Voor een definitieve diagnose zijn röntgenfoto’s noodzakelijk.

Artrose is een chronische progressieve ziekte wat niet genezen kan worden maar wel afgeremd kan worden. De behandeling kan bestaan uit verschillende onderdelen, vaak geeft een combinatie van onderstaande mogelijkheden de beste resultaten.

Voeding

Er bestaat speciale dieetvoeding met een hoge dosis EPA (Eicosapentaeenzuur), een omega-3 vetzuur dat aantoonbaar de gewrichtsontsteking af remt en daarmee de vicieuze cirkel van kraakbeenschade doorbreekt. De bestanddelen glucosamine en chondroïtinesulfaat helpen bij de opbouw van nieuw kraakbeen en remmen de afbraak van kraakbeen. Een hoge concentratie L-carnitine helpt bij het handhaven van het optimale lichaamsgewicht en ondersteunt de spiermassa.

NSAID’s: ontstekingsremmer/pijnstiller

Deze medicatie remt de pijn maar bovenal helpt het ook de ontsteking in het gewricht af te nemen. Bij de meeste dieren is het aan te raden langdurig of zelfs levenslang een NSAID te geven, bij deze dieren adviseren wij minimaal 1x per jaar bloedonderzoek te doen om te kijken of de leverwaarden en nierwaarden nog in orde zijn.

Gewicht

Het nastreven van het optimale gewicht is belangrijk. Overgewicht leidt tot extra belasting en kan artrose verergeren. Daarnaast zijn er bepaalde stoffen die vrijkomen uit vet die de ontsteking stimuleren. Om het optimale gewicht te bereiken kan er een light voeding gegeven worden.

Lichaamsbeweging

Dit is belangrijk om de gewrichten soepel te houden en voor het behoud van de spiermassa. Het beste is om regelmatig korte periodes van activiteit af te wisselen met rust. Ook zwemmen is goed voor honden met artrose. Overbelasting kan leiden tot plotselinge opflikkering van de klachten. Gedoseerde gecontroleerde bewegingen aan de lijn is beter dan rennen achter een stok of bal aan.

Heeft u hond of kat last van stijfheid of kreupelheden? Neem contact op met onze kliniek.

Hyperthyreoïdie, schildklierproblemen

Hyperthyreoïdie bij de kat

Oudere katten kunnen last krijgen van een overactieve schildklier, ook wel hyperthyreoidie genoemd. Katten hebben 2 schildklierlobben die beide tumoreus kunnen ontaarden. Deze tumoren zijn voor 95% goedaardig. Ze geven een verhoogde concentratie schildklierhormoon in het bloed af met als gevolg een verhoogde metabole toestand (snelle hartslag, hyperactiviteit en hoge energieverbranding). Heel vaak zit de tumor aan beide kanten, maar dit is niet altijd te voelen. Symptomen die bij een overactieve schildklier gezien kunnen worden zijn onder andere: onrust/ hyperactiviteit, vermageren, veel eetlust, veel drinken en veel plassen, diarree, braken en het opzoeken van koude ligplaatsen.

Diagnostiek

Als uw kat één of meerdere van de bovengenoemde klachten heeft, is het belangrijk om te kijken of uw kat geen hyperthyreoidie heeft. Soms is er een vergrootte schildklier in de hals voelbaar en heeft de kat een verhoogde hartslag. Om de diagnose te stellen is er een bloedonderzoek nodig. Hiermee kunnen we de waardes van de schildklier meten. Het is belangrijk om gelijk de andere organen te controleren. Door de overmaat aan schildklierhormoon worden de nieren beter doorbloed. Hierdoor kunnen ‘versleten’ nieren het toch nog aardig doen. Als het schildklierprobleem behandeld is, kan het zijn dat de nieren verslechteren doordat dit probleem eigenlijk gemaskeerd werd. Via het bloedonderzoek kunnen we zien hoe het met de nieren daadwerkelijk gesteld is.

Behandelopties

Medicatie

Er bestaan medicijnen tegen hyperthyreoidie. De medicijnen remmen de productie van het schildklierhormoon. De tumor verdwijnt dus niet, maar de klachten die het geeft wel. Echter moet deze medicatie wel levenslang gegeven worden. Na 3, 6, 10 en 20 weken adviseren we een algehele controle met bloedonderzoek. Van belang is het dan om te weten of het schildklierhormoon gedaald is en binnen de normaalwaarden zit. Soms moet de dosering na het bloedonderzoek worden aangepast. Wanneer de juiste dosering gevonden is, dienen de bloedwaarden bij voorkeur 2x per jaar gecontroleerd te worden. Dit is belangrijk om de juiste dosering bij te houden. Soms is het nodig om deze bij te stellen.

Dieet

Er bestaat ook speciale voeding voor katten met een schildklierprobleem. Voor het aanmaken van schildklierhormoon is jodium nodig. De dieetvoeding vermindert de opname van jodium in het lichaam en zorgt er op deze manier voor dat het lichaam minder schildklierhormoon kan aanmaken. Belangrijk is wel dat de kat strikt op het dieet staat en dus geen enkele andere voeding krijgt. Overal zit namelijk jodium in, waardoor zelfs een kleine toevoeging (een kattensnoepje, kattenmelk of een prooi) het dieet kan tegenwerken; dit dieet is dus alleen een optie voor binnenkatten.

Chirurgische verwijdering schildklier

De tumoreuze schildklier kan verwijderd worden door een operatie. Zoals al genoemd werd is het niet altijd te voelen of het probleem aan één kant zit of dat beide lobben aangetast zijn. Om dit zeker te weten moet een schildklierscan gemaakt worden. Na een beiderzijdse verwijdering moet uw dier juist weer behandeld worden met schildklierhormoon omdat beide in het geheel verwijderd zijn. In een aantal gevallen kan er ook nog eens extra schildklierweefsel in de borstholte aanwezig zijn, dit weefsel kan uiteindelijk ook weer schildklierhormoon gaan overproduceren.

Radio actief jodium

er bestaat ook een behandeling met radioactief jodium. Deze behandeling wordt alleen door specialisten uitgevoerd. De kat moet 5 dagen in de opname waarbij de hoeveelheid toe te dienen radioactief jodium bepaald wordt aan de hand van een schildklierscan. Hierbij wordt alleen het tumoreuse weefsel vernietigd. De kat blijft nog wel 3 maanden deze radioactieve stof uitscheiden, dus het is niet te adviseren bij zwangere vrouwen en kinderen in huis. Dit is één van de duurdere behandel methodes maar daarna is de kat wel geheel van alle klachten af en zijn er geen medicijnen meer nodig. Soms is er wel een tweede behandeling nodig.

Voor deze behandeling begint moeten de schildklierwaardes eerst naar normaal worden gebracht met behulp van medicatie. Bij deze behandeling is het belangrijk om de nierwaardes gecontroleerd te hebben. Mocht uw kat nierfalen hebben, heeft deze therapie namelijk niet de voorkeur. Bij een klein percentage komt het voor dat er iets te weinig schildklierweefsel overblijft om goed te functioneren. Het schildklierhormoon zal dan dagelijks levenslang gesupplementeerd moeten worden. Dit veroorzaakt over het algemeen geen verdere problemen of bijwerkingen.

 

Schimmelinfectie bij de cavia

Schimmel bij de cavia

Schimmelinfecties bij de cavia komen regelmatig voor. De huidschimmels die deze infecties veroorzaken zijn Trichophyton mentagrophytes en Microsporum canis. De schimmels kunnen overal voorkomen, maar we zien ze vooral rondom de ogen, neus en oren.
De symptomen bestaan uit haarverlies en soms korstige schilferige plekjes.

Besmetting

Cavia’s besmetten zich door direct contact onderling of indirect via hooi, speeltjes, het hok of de water- en voerbak. Met name jonge dieren in de rui zijn gevoelig. Zo kunnen ze ook drager worden van de schimmel, zonder dat ze op dat moment symptomen hebben. In stresvolle situaties kan de schimmelinfectie dan alsnog later tot uiting komen. Jonge cavia’s zijn gevoeliger voor schimmelinfecties.

De schimmel is dus besmettelijk van dier op dier maar is ook besmettelijk voor mensen. Een goede hygiëne is dus zeer belangrijk.

Diagnose

Door het inzetten van een schimmelkweek kunnen we de diagnose stellen. Na ongeveer 10-14 dagen is de uitslag bekend.
Infecties met mijten kunnen vergelijkbare huidklachten met flinke jeuk geven. Het is dus belangrijk dat deze uitgesloten worden.

Behandeling

Bij een lichte infectie kan het voldoende zijn om de schimmelplekken alleen lokaal te behandelen. Bij een heftige infectie kan het nodig zijn om een uitgebreidere behandeling in te zetten. De behandeling bestaat uit het toedienen van een antischimmelmiddel of een anti schimmel zalf/shampoo. Alle cavia’s die bij elkaar zitten moeten behandeld worden omdat de schimmel besmettelijk kan zijn. Daarnaast is het belangrijk om het hok en alle attributen in het hok grondig schoon te maken tijdens de behandeling. In verband met het risico van overdracht naar mensen is het belangrijk om goed de handen te wassen na aanraken van de cavia.

Mijten en schurft bij de cavia

Mijten en schurft bij de cavia

 De oorzaak van schurft is vaak een mijt die zich diep in de huid ingraaft. Vaak geven deze mijten veel jeuk waardoor de cavia gaat krabben en schuren. Door het krabben en schuren, zien we vaak kale en korsterige plekken. Er bestaan ook mijten die geen jeuk geven. In dit geval zien we vaak alleen kale plekken. De plekken zien we vaak op de kop, schouders, hals, rug en achterpoten.

Soms kan de jeuk zo heftig zijn dat de cavia in de kramp schiet of zelfs een epileptiforme aanval kan krijgen.

Besmetting

Cavia’s kunnen besmet raken door andere cavia’s. Mijten kunnen lang onopgemerkt aanwezig zijn. Soms zien we dat er mijten in het hooi zitten. Als er sprake is van een infectie dan is het advies ook om het aanwezige hooi in het hok weg te gooien en te vervangen door nieuw hooi.

Diagnose

Aan de hand van de verschijnselen kan er gedacht worden aan een mijt. Om een definitieve diagnose te stellen moet er een microscopisch onderzoek gedaan worden. Er wordt dan een huidafkrabsel gemaakt. Dit afkrabsel moet vrij diep zijn omdat de mijt zich diep in de huid ingraaft.

Behandeling

De mijten worden gedood met een middel dat toegediend wordt door middel van een pipet in de nek. Hierna moet de behandel na 14 dagen herhaald worden. Soms is een derde behandeling na 28 dagen nodig.

Als er ernstige korsten op het oor of bij het oog zijn, wordt er vaak voor gekozen om deze ook lokaal te behandelen met een zalf.

Vroeger werden er nog weleens onderhuidse injecties gegeven. Deze is echter zeer pijnlijk en moet een aantal keer herhaald worden. Gelukkig is er tegenwoordig een beter alternatief en hoeven deze injecties niet meer gegeven te worden.

 

 

Is uw huisdier bang voor vuurwerk?

Is uw huisdier bang voor vuurwerk?

De feestdagen staan weer voor de deur! Een gezellige periode voor ons, maar helaas niet voor sommige van onze huisdieren. Veel honden en katten zijn bang voor vuurwerk.
Deze angst wordt pas een probleem als het huisdier er echt onder gaat lijden, en als de reactie overdreven is ten opzichte van de omstandigheden.
Zo kunnen dieren al vanaf de eerste knallen begin december de hele dag bibberend in de mand blijven liggen. Hierbij is het duidelijk dat het welzijn van uw dier erg is aangetast.

Wat kun je het beste doen om het zo aangenaam mogelijk te maken voor uw huisdier:
• Laat uw hond overdag extra lang uit op een rustige locatie waar geen vuurwerk wordt afgestoken. Dwing een angstige hond niet om naar buiten te gaan als er vuurwerk is. Katten kunt u het beste binnenhouden.
• Geef veel afleiding met bijvoorbeeld een kauwstaafje of voerspelletjes.
• Sluit gordijnen en ramen.
• Zet de radio of tv aan. Pas wel op dat er geen vuurwerk wordt uitgezonden!
• Maak een veilige haven door bijv een bench af te dekken met een deken. Sluit uw hond of kat nooit op in de veilige haven, of in een kamer. Hij kan in paniek raken.
• Als uw hond of kat steun zoekt door bij je te gaan liggen, blijf dan ontspannen en gedraag je niet overdreven bezorgd, dit maakt de angst heviger.
• Verstopt uw hond of kat zich, laat hem dan in zijn schuilplaats liggen en probeer hem er niet uit te halen. Hier voelt hij zich veilig.
• Wordt niet kwaad en straf uw huisdier niet.
• Schrikt uw hond tijdens het wandelen van een harde knal en herstelt hij zich niet, maar blijft trekken aan de riem, hijgen of trillen ga dan naar huis, daar voelt hij zich veiliger.

Aanvullende mogelijkheden:

Lange termijn aanpak (4-8 weken vooraf):
Voor de lange termijn aanpak is het is verstandig een aantal weken voor oudjaar te beginnen. Hiervoor zijn er Stress-reducerende middelen:

– Feromonen therapie: Adaptil® tabletten, halsband of verdampers voor honden en Feliway® voor katten.
Deze feromonen ofwel geurstoffen werken kalmerend en geruststellend en zijn alleen geschikt als de angst mild lijkt te zijn.

– Voedingssupplementen:
Er zijn ook voedingssupplementen die een wetenschappelijk aangetoonde stress-reducerende werking hebben.
Telizen®, Zylkene®en en Adaptil® tabletten bevatten kalmerende stoffen. Deze stoffen stimuleren de afgifte van rustgevende signaalstoffen bij uw huisdier.

– Voeding:
Calm® diet van Royal Canin voeding bevat dezelfde kalmerende stoffen als de voedingssupplementen, maar samengesteld in compleet diervoer.

– Gedragstherapie. Het mooiste is om stapje voor stapje te leren dat vuurwerk niet eng is. Dit is een therapie die lang duurt en ook de nodige tijd van u als eigenaar vraagt. Het is echter wel iets waar hij de rest van zijn leven iets aan heeft. Ook kan het helpen wanneer de hond behalve voor vuurwerk, ook bang is voor andere harde geluiden zoals bijvoorbeeld onweer. De therapie kan onder andere gedaan worden met behulp van een CD met vuurwerkgeluiden.

Korte termijn aanpak:
Voor de korte termijn aanpak zijn voor honden tegenwoordig de middelen Pexion® en Sileo® geregistreerd. De Pexion® is over het algemeen het makkelijkste in het doseren en toedienen van het middel. Dit is het middel wat wij adviseren voor vuurwerk angst.
Met de tabletten word geadviseerd om 2 dagen van te voren mee te beginnen. De medicatie is op recept te krijgen na een vuurwerkconsult.

Let wel op! Deze medicatie is af te raden bij honden die bekend zijn of een verleden hebben met agressie problemen of bekend zijn met aandoeningen aan bepaalde orgaansystemen.
Voor advies op maat kunt u hier een vuurwerkconsult boeken.

Vlooien hond en kat

Vlooien bij een hond of kat is vaak een hardnekkig en vervelend probleem, voor zowel het dier als het baasje. In dit artikel gaan we dieper in op wat deze vervelende beestjes precies zijn, hoe je kunt zien of je huisdier vlooien heeft en wat de beste manier is om te ontvlooien.

Wat zijn vlooien precies?

Vlooien zijn in feite kleine parasieten die zich voeden met het bloed van honden, katten en zelfs mensen. Een andere naam voor de meest voorkomende (katten-)vlo is Ctenocephalides felis. Deze kunnen zowel honden als katten lastigvallen. Vlooien zijn meester in zich voortplanten: een vlo kan uiteindelijk duizenden eieren produceren. De levenscyclus van deze vlooien is als volgt:

Vlooieneitjes

Een volwassen vlo die zich aan het  huisdier heeft gehecht legt honderden eitjes. Deze blijven in de vacht van de hond of kat hangen, of vallen op de grond.

Larven

Nadat de eitjes een paar dagen in de vacht hebben gezeten of op de grond hebben gelegen komen ze uit als larven. Deze larven voeden zich met de uitwerpselen van de volwassen vlo die van je huisdier afvallen. Ze gedijen het best in warme, vochtige omgevingen in huis. Hoogpolige tapijten en hondenmanden zijn dan ook populaire broedplaatsen voor de larven.

Poppen

Na een paar weken verpoppen de larven zich. Deze poppen kunnen wel 1-2 jaar in leven blijven in je tapijt, bank of in de honden- of kattenmand.

Volwassen vlooien

Uit de poppen komen uiteindelijk door trillingen en warmte volwassen vlooien. Deze gaan weer nieuwe eitjes gaan produceren en bloed zuigen bij de hond of kat. Zo gaat de cyclus door, tenzij er maatregelen worden genomen. De vlooien die aanwezig zijn op je hond of kat zijn dus eigenlijk maar het topje van de ijsberg (5%): de poppen en larven (95%) leven in de omgeving van het dier!’

Heeft mijn hond of kat last van vlooien?

Als je hond of kat last heeft van vlooien kan het zijn dat er symptomen optreden zoals jeuk en rode vlekken op de huid. Honden gaan over het algemeen krabben of knagen op de plekken waar het jeukt. In dat geval is het eenvoudig om de vlooien te lokaliseren. Gebruik een vlooienkam om op de geïrriteerde plekken te kijken of er vlooien of vlooienontlasting zit. Vlooienontlasting bestaat uit hele kleine zwarte korrels die op de huid of in de haren blijven hangen. Je kunt controleren of het daadwerkelijk vlooienpoep is door de korrels op een vochtig papier te leggen. Wordt het rond de korrels rood? Dan is het inderdaad vlooienpoep.

Wat zijn de gevaren van een vlooienplaag?

Vlooien geven jeuk en huidirritatie voor het huisdier. Bij jonge dieren kunnen vlooien tevens voor bloedarmoede zorgen als er veel aanwezig zijn. Verder kunnen vlooien een lintworm overbrengen. In de vlo zit namelijk soms een lintwormlarve. Als de hond of kat jeuk heeft bijt deze in de vacht en kan zo de vlo met lintwormlarve opeten. In het maagdarmkanaal wordt de vlo verteerd maar het lintwormlarve komt uit en hecht zich aan de darmwand van de hond of kat met alle gevolgen van dien.

Vlooienallergie

Sommige honden en katten hebben een vlooienallergie. Door het bijten van maar 1 vlo kan de gehele huid van de hond of kat gaan jeuken en ontsteken. Hiervoor hoef je dus geen vlooien te zien! De lokalisatie van de allergie is vaak op het achterlijf van de hond of kat te vinden. Zoek naar de volgende symptomen:

  • Afgebroken haren
  • Kale plekken
  • Veel kleine korstjes
  • Rode huid

Ontvlooien van je kat of hond

Om een vlooienprobleem goed aan te pakken dient men zowel de omgeving als alle dieren in het huis te behandelen. Voor de omgeving geldt: goed schoonmaken, stofzuigen, het wassen van manden etc. Daarnaast kan een speciale omgevingsspray gebruikt worden om de larven en volwassen vlooien in de omgeving te doden.

Huisdieren zelf kunnen behandeld worden met speciale pipetten in de nek, tabletten of banden. Laat je goed informeren door je dierenarts of dierenartsassistente wat voor jouw dier het beste middel is. Kies niet gelijk voor het goedkoopste middel, dit blijkt vaak duurkoop omdat de stoffen hierin niet goed werken (of te laag gedoseerd zijn) en uiteindelijk zit je dan langer met de vlooienplaag opgezadeld! Behandel ook echt alle dieren in huis, anders blijven de vlooien overleven op het ene huisdier en heb je alles voor niets gedaan.

Door je huisdier het hele jaar door te behandelen voorkom je een vlooienplaag. Honden en katten die allergisch zijn voor vlooien moeten natuurlijk sowieso het hele jaar door behandeld worden, anders zal de allergie snel weer terugkomen. Vergeet daarnaast niet om je huisdier gelijk goed te ontwormen tegen lintworm!

Hoe voorkom je vlooien bij je kat of hond?

Zoals met alle ziekten is voorkomen beter dan genezen. Om een vlooienplaag te voorkomen is het belangrijk om een maandelijkse controle uit te voeren bij je hond of kat. Bij deze controle kun je ook een pipet op de huid aanbrengen of een vlooientablet toedienen. Daarnaast biedt een goede vlooienband gemiddeld 7 maanden bescherming tegen zowel vlooien als teken!

Contact opnemen

Heeft je huisdier last van vlooien of wil je meer informatie over het ontvlooien van je hond of kat? Neem dan telefonisch contact met ons op of maak een afspraak. Uiteraard kun je ook langskomen bij onze dierenkliniek in Beuningen of de kliniek nabij Purmerend.

Vakantie checklist

Vakantie checklist

Als uw huisdier mee op vakantie gaat zijn er een aantal dingen waar u rekening mee moet houden. Informeer altijd bijtijds bij uw dierenarts wat er voor uw dier nodig is. Dit kan namelijk enorm verschillen per land.

Belangrijk om mee te nemen

Als u met uw huisdier op vakantie gaat denk dan aan de volgende benodigdheden:

Paspoort met daarin de rabiës enting en een gezondheidsverklaring, kopie van het registratiebewijs met daarop het chipnummer, eigen voer, water voor onderweg, speeltjes, tekenpen, halsband met penning (en eventueel een koker met uw telefoonnummer en vakantieadres), een duidelijke foto van uw huisdier, telefoonnummer van uw eigen dierenarts, eet en drinkbakken, mand/deken, kattenbak met vulling of bodembedekking voor andere huisdieren, EHBO-doos, hondenpoepschepje of zakjes, borstel/shampoo of andere verzorgingsproducten, vlekkenspray voor ongelukjes.

Eventueel: kopie van de stamboom papieren, medicijnen, muilkorf en een extra riem.

Mag mijn huisdier mee?

Honden en katten mogen mee naar het buitenland vanaf 15 weken. Dit heeft te maken met de rabiës vaccinatie. Deze is verplicht als u de grens overgaat. Uw dier dient voor het toedienen van de rabiës enting, gechipt en geregistreerd te zijn. 3 weken na het toedienen van de rabiës vaccinatie mag uw huisdier de grens over.

Naast de vaccinaties is het belangrijk om goed te kijken naar welk land u toe gaat. Niet alle hondenrassen zijn in alle landen toegestaan. Uw dierenarts kan u hierover informeren.

Medicatie

Als uw dier op medicatie staat is het belangrijk dat u hier genoeg voorraad van heeft. Niet elk land verkoopt dezelfde medicatie als hier in Nederland en niet alle medicatie mag zomaar meegegeven worden door de dierenarts. Als uw dier in het verleden veel medische problemen heeft gehad is het verstandig om de patiëntenkaart bij uw dierenarts op te vragen en deze mee te nemen.

Ditzelfde geldt voor huisdieren die op speciale voeding staan. Niet elk merk is in het buitenland te koop. Zorg dat u hier voldoende voorraad van heeft.

Overige benodigdheden

In sommige landen geldt een aanlijn en muilkorf plicht. Dit kan voor alle honden gelden maar soms geldt het alleen voor bepaalde rassen of honden boven een bepaald aantal kilogram. Bij bepaalde landen is het niet verplicht om de hond gemuilkorfd te hebben maar wel om er één bij u te hebben.

Aanvullende eisen

Meestal is de rabiës enting voldoende maar er zijn een aantal landen die aanvullende eisen hebben. Dit kan bijvoorbeeld rabiës door middel van titerbepaling zijn, ontworming door een dierenarts of een quarantaine tijd.

Ziektes

In andere landen komen andere ziektes voor dan in Nederland. Het is belangrijk dat uw dier hier goed tegen beschermd is. Dit geldt ook voor verschillende insecten die in het buitenland voorkomen en bepaalde ziektes met zich meedragen. Meer informatie hierover vindt u hier 

 

Gaat uw huisdier mee op vakantie maar weet u niet de exacte eisen of waar u extra op moet letten? Neem dan telefonisch contact met ons op en wij informeren u graag. 0299 729900

Voorplanting van het konijn

Vruchtbaarheid

Konijnen zijn vruchtbaar vanaf de leeftijd van 3-5 maanden oud. Dit is afhankelijk van geslacht (voedsters zijn vaak eerder vruchtbaar dan rammen), het ras en de grootte van het konijn (kleine rassen zijn vaak eerder vruchtbaar dan grote). Zodra een voedster (vrouwelijk konijn) vruchtbaar is, kan zij gedekt worden en een nestje krijgen. Het is dus verstandig om in deze leeftijdscategorie geen rammen (mannelijk konijn) en voedsters samen te houden. Het is niet raadzaam om een voedster te laten dekken zodra ze vruchtbaar is. Ze zijn dan vaak nog erg klein en hebben hun hormonen en energie nodig om zelf verder te groeien. Als een konijn gedekt is dan duurt de dracht tussen de 29 en de 33 dagen.

pasgeboren

Een paar uur na de geboorte van het nestje kan de voedster alweer gedekt worden. Als het nestje geboren is, is het dus belangrijk dat de ram uit het hok gehaald wordt. Als er geen overleden jongen zijn en achtergebleven geboorteresten zijn uit het hok verwijderd, is het belangrijk om het nest zoveel mogelijk met rust te laten. Gebeurt dit niet en is er teveel onrust, is het nestje te vaak verstoord of loopt de ram in hetzelfde hok rond dan kan het zijn dat moeder konijn het nestje verwaarloosd. Het moeder konijn komt eigenlijk alleen bij de jongen om te voeden. Dit voeden duurt maar een paar minuten en dit doet ze maar 1-2 keer per dag. Vaak wordt dit dus niet gezien door de eigenaren. Als de buikjes van de jongen niet rimpelig of slap zijn dan krijgen ze genoeg voeding.

Het opgroeien

De eerste 10 dagen zullen de jongen vooral veel slapen. Tussen de 10 en de 14 dagen gaan de ogen open en worden ze levendig en zullen ze het nest uitkomen. Nu kunt u de jongen af en toe in uw hand nemen om aan mensen te laten wennen. Vanaf 3 weken proberen ze van het hooi en groenvoer mee te knabbelen. Vanaf 4 weken beginnen ze ook aan het hardvoer. Ze hebben de moedermelk wel nog hard nodig! Vanaf deze leeftijd beginnen ze ook veel te rennen en te springen. Zorg ervoor dat de konijnen af en toe een paar uur in een ruim hok kunnen rennen en springen. Jonge konijnen (Lamprei) drinken bij hun moeder tot 7 weken, sommige iets langer. Het is raadzaam om ze niet voor de leeftijd van 8 weken bij hun moeder weg te halen. Als moeder konijn ze weg begint te snauwen kunt u ze gaan scheiden. Laat de lamprei in het ouderhok en verplaats moeder naar een ander hok.

Sterilisatie/castratie

Het is altijd aan te raden om voedsters te laten steriliseren. Hoe langer een konijn niet gesteriliseerd rond loopt, hoe groter de kans is dat ze op latere leeftijd baarmoedertumoren kan krijgen. Als dit het geval is dan stoppen ze vaak met eten, hebben ze geen keutels meer en kunt u soms bloederige uitvloeiïngen zien. Een enkele keer kan het konijn zelfs benauwd worden. Soms zie je ook een bult bij de buik ontstaan. Behandeling is dan alsnog zo snel mogelijk laten steriliseren. Het steriliseren kan al vanaf 6 maanden leeftijd.

Bij rammen is het vooral belangrijk dat beide testikels (de ballen) zijn ingedaald. Op het moment dat deze aanwezig zijn kunnen we hem castreren. Dit kan soms al vanaf een leeftijd van 4 maanden. Bij rammen is het ook aan te raden om ze te laten castreren. Rammen kunnen agressief worden naar soortgenoten en soms zelfs naar de eigenaar. Na de castratie zijn rammen nog een paar weken vruchtbaar. Als u op dat moment een niet gesteriliseerde voedster heeft rondlopen, is het dus raadzaam om deze nog even apart te houden. Zo voorkomt u dat ze toch per ongeluk gedekt wordt.